
DE WETTEN
Ik heb het boek van Connie Palmen ‘De wetten’ herlezen. Palmen krijgt dit jaar de Constantijn Huygens prijs, reden om haar debuut ‘de Wetten’ uit de kast te pakken. De eerste druk verscheen in 1991, mijn exemplaar stampt uit 1995 en is zelfs door haar gesigneerd. Vond dat in de bibliotheek van Laren plaats waar ik toen werkte?
De roman bestaat uit zeven hoofdstukken, die elk aan de relatie van de ik-figuur met een man zijn gewijd te beginnen met de ontmoeting met de astroloog in 1980, als ze 25 is en in een antiquariaat werkt.
In hoofdstuk 2 ontmoet ze de epilepticus. Het filosoferen over de ‘betekenis’ van verschillende ziektes is voor hem een levensvervulling geworden en net als bij de astroloog zoekt hij naar de zingeving buiten zichzelf.
De ik figuur oftewel Marie de Niet wil juist haar zingeving vinden binnen zichzelf en hoopt in het contact met de zeven mannen meer over haar drijfveren te ontdekken. Alleen de kunstenaar, Lucas Asbeek probeert zich aan dat proces te onttrekken.
In het slot hoofdstuk met de psychiater vraagt ze zich af of het alleen de anderen zijn die haar bestaan betekenis moeten geven? Ze zet zich daarbij af tegen de mannen die de wetten maken: ‘En dan lezen ze met hun wetten in de hand de wereld. Met jou erbij [...]. Ze lezen je als een boek.’
Hoe boeiend, ook nu nog.
De wetten werd een groot verkoopsucces. Eind 1996 waren er 220 000 exemplaren van de roman verkocht.